Waarom wij tien keer meer investeren in het opleiden van talent dan het gemiddelde Belgische bedrijf

portrait

Vincent Kompany heeft het even geprobeerd bij Anderlecht, maar hij heeft het niet lang volgehouden als speler/trainer. Coachen is niet iets dat je er on the side snel even bijneemt. Bij Hybrid gaan we dwars tegen het klassieke model van een agency in: onze ervaren teamleads zijn maar 50 procent van hun tijd ‘billable’, de andere 50 procent focussen ze zich enkel en alleen op hun rol als coach.

Bedrijven die opdrachten willen uitvoeren voor ondermeer overheidsinstellingen moeten aan een aantal duurzaamheidscriteria voldoen. Dat is vandaag eerder regel dan uitzondering. Nieuw is dat sommigen onder hen nu ook opleiding beschouwen als een essentieel onderdeel van duurzaamheid. Eigenlijk is het de logica zelve: hoe kan je ooit een duurzame onderneming uitbouwen – een onderneming die over x aantal jaar nog bestaat én nog relevant is – als je niet investeert in het opleiden van je medewerkers?

Toch is opleiding bij veel bedrijven nog een blinde vlek. Bij een bevraging van SD Worx gaf amper 7 procent van alle werknemers tussen 25 jaar en 64 jaar (de jonge starters dus even buiten beschouwing gelaten) aan dat ze de voorbije maand een of andere opleiding of vorming hadden gevolgd. In België zijn bedrijven wettelijk verplicht om hun werknemers vijf dagen per jaar een opleiding te laten volgen. Maar dat is een gemiddelde op ondernemingsniveau en het zegt niets over de kwaliteit of de invulling van die opleidingen.

In de praktijk valt een groot van de werknemers uit de boot of is het opleidingsaanbod een reeks losse flodders: een seminarie of een congres hier, een online cursus of een lunch & learn daar.

Coaches zijn motoren voor exponentiële groei

Het opleiden van medewerkers mag geen extraatje zijn, het moet in de kern van je cultuur en je manier van werken zitten. Bij Hybrid is het opleiden en coachen van medewerkers zo’n beetje het kloppend hart van onze organisatie. Volgens het VBO investeren bedrijven gemiddeld 2,4 procent van hun loonkosten aan opleiding. Bij ons is dat 25 procent. Tien keer zoveel.

Onze teamleads zijn 50 procent van hun tijd billable, de andere 50 procent gaat naar het opleiden van hun teamleden. Op korte termijn is het zeker niet de meest winstgevende keuze om half marketingbureau, half hogeschool te zijn. Onze teamleads zijn ervaren mensen, we zouden in het huidige marketinglandschap veel geld voor hen kunnen vragen. Maar als we die ervaren mensen zoveel mogelijk naar vergaderingen, brainstorms en andere strategische sessies sturen (zoals veel agencies doen om hen maximaal te laten renderen), wie gaat het jonge, ruwe talent dan opleiden?

We investeren geen kwart van onze loonkosten in opleiding uit idealisme. Het is een economische keuze. Toegevoegde waarde blijven leveren is onze enige bestaansreden. De doorstroming van talent is onze enige garantie op duurzame groei op lange termijn. Onze teamleads zijn acceleratoren, ze zijn motoren om onze onderneming exponentieel te laten groeien. Als ze een team van 5 mensen opleiden en één van die vijf wordt zelf teamlead, dan kan die ene persoon op zijn/haar beurt 5 getalenteerde mensen klaarstomen. 2 teams worden dan meteen 4 teams. Enzovoort.

Briljante marketeer ≠ briljante marketingcoach

Marketeers zijn niet ons grootste knelpunt op de arbeidsmarkt, wel marketeers die én ervaring hebben, én trends kunnen onderscheiden van hypes, én dan ook nog eens graag jong talent coachen. Wij werken zonder accountmanagers. De mensen die je als klant te zien en te spreken krijgt, zijn ook de mensen die met hun voeten in de modder staan en jouw campagnes bouwen. Die dubbele rol vraagt skills, maar vooral zelfvertrouwen. En dus ook coaching.

Coaches hebben een apart profiel. Je kan een briljante marketeer zijn, dat maakt van jou nog geen goeie coach. Het heeft vooral te maken met een switch in je mindset. Natuurlijk zullen wij briljante marketeers met open armen ontvangen, maar we zullen ze niet in een coachrol dwingen. Een coach moet niet (meer) die drang voelen om absoluut zélf op het veld te willen staan. Spelers die zelf nog te graag de ballen in doel stampt, wachten beter nog even om coach te worden.